Verslag van 6 juni 2008.
Geschreven door Tanja Snip-Arends, dochter van
Simon Johannes Arends
* Medemblik, 14 april 1949 – Maastricht, 7 juni 2008
Mijn vader was een gelovig man. Samen met mijn moeder is hij een aantal malen in Maastricht geweest om te bidden in De Onze Lieve Vrouwe kerk waar ze telkens wonderlijke ervaringen hadden. Zodoende hadden mijn ouders een bijzondere band met Maastricht.
Eind mei 2008 voelde mijn vader zich niet lekker. Hij werd in het ziekenhuis opgenomen voor onderzoek. Na een week werd duidelijk dat hij darmkanker had en dat er geen behandeling meer mogelijk was. Het zette onze wereld op zijn kop. Maar mijn vader gaf de moed niet op. Hij vertelde mijn moeder dat hij nog één laatste wens had. Hij wilde terug naar Maastricht om daar te bidden. ‘Dan komt alles goed’. Mijn moeder vroeg of hij daarmee bedoelde dat hij dan zou genezen, maar dat ontkende hij. ‘Nee, ik zeg: dan komt alles goed’.
Mijn zusje vond bij toeval een brochure in het ziekenhuis over de Stichting Ambulance Wens. Op het moment dat wij het eerste contact legde was mijn vader nog redelijk mobiel, maar wij durfden het niet aan om de lange reis van drie uur in onze eigen auto te maken. Een ambulance zou uitkomst bieden.
Kees Veldboer was enorm behulpzaam en adviseerden ons om de reis over twee dagen te verspreiden waardoor het voor mijn vader minder vermoeiend zou zijn. Hij en mijn moeder zouden op vrijdagavond 6 juni worden opgehaald om van Medemblik naar Maastricht vervoerd te worden en daar te overnachten in het Crowne Plaza Maastricht. Geheel kosteloos. Op zaterdagochtend 7 juni zouden wij, drie kinderen met aanhang, met eigen vervoer komen en gezamenlijk de maandelijkse kerkdienst ter ere van de H. Maagd Maria in de Basiliek van Onze Lieve Vrouw “Sterre der Zee” bijwonen.
De situatie van mijn vader verslechterde met de dag. Hij sliep veel, at niet meer en kon alleen nog maar zeggen dat hij naar Maastricht wilde en dat daar ‘alles goed zou komen’. Wij hielden contact met Ambulance Wens en vertelden dat hij niet meer in een rolstol zou kunnen, zoals oorspronkelijk het plan was. Maar zij verzekerden ons ervan dat een brancard ook prima was. En zo geschiedde. Aangezien mijn ouders op de eerste etage wonen was het een hele operatie om hem naar beneden te krijgen, maar de broeders bleven optimistisch en hebben het voor elkaar gekregen.
Die middag heb ik nog een hotelkamer bijgeboekt voor mijn man en mij en wij zijn ook diezelfde avond nog afgereisd. Via het hotel heb ik een groot boeket met blauwe Irissen (zijn lievelingsbloemen) en een brief laten bezorgen op hun hotelkamer om hem daarin te bedanken voor alles wat hij ons, de kinderen, had meegegeven en hem te laten weten dat wij van hem houden. Woorden die wij nooit hebben uitgesproken aan elkaar. Maar helaas heeft hij die brief niet meer kunnen lezen…
Mijn man en ik arriveerden rond 23.30 uur. Bij de receptie gaf ik mijn twijfel en angst aan. Ik vroeg me af of we de juiste beslissing hadden genomen. Mijn vader was inmiddels zo ziek dat niemand wist of hij het weekend wel zou halen. De receptionist van het Crowne Plaza Maastricht was uiterst behulpzaam, geduldig en warm. ‘U zult zien dat alles op zijn plek valt’ verzekerde hij ons.
Een kwartiertje later arriveerde de ambulance. Mijn vader sliep maar was nog wel aanspreekbaar. Hij realiseerde zich dat hij op de plaats van bestemming was gearriveerd. Later vertelde de receptionist ons dat hij ‘een glimlach’ op mijn vaders gezicht had waargenomen toen hij de lobby werd ingereden. En dat geloof ik.
Behendig werd hij in bed gelegd door de ambulancebroeders. Na goede instructies over wat te doen in geval van nood verlieten zij de kamer en ik belde mijn broer en zus om te vertellen dat hij lekker in bed lag en dat we elkaar morgenochtend zouden zien. Maar toen begon mijn vader moeilijk te ademen en wilde rechtop zitten. Ik vroeg hem of hij naar huis wilde en hij zei ‘ja’. Ik was in paniek en haalde de broeders erbij. Twee minuten later waren we weer in de hotelkamer waar mijn man ons stond op te wachten. Mijn vader was in de armen van mijn moeder overleden.
Vreemd genoeg was het voor ons allemaal een vredige, serene ervaring. Er is hem een lijdensweg bespaard gebleven. De broeder attendeerden ons erop dat hij ook in de ambulance had kunnen overlijden, of die nacht in bed. Maar in plaats daarvan stierf hij in de armen van de vrouw waar hij 37 mooie jaren mee was getrouwd. In het Maastricht waar ‘alles goed’ zou komen. Als we naar de overlijdensakte kijken of naar de rouwadvertentie en wij zien daar ‘Maastricht’ staan, dan beseffen wij ons dat hij tijdens de vervulling van zijn laatste wens is heengegaan. Wij weten dat het zó heeft moeten zijn. Dat het precies is wat hij gewenst zou hebben. Ondanks dat hij de kerk niet heeft gehaald en dat we niet met z’n allen de dienst hebben kunnen bijwonen. Hij is vredig heengegaan en wij hebben er een bijzonder warm gevoel aan over gehouden.
De broeders van de ambulancedienst hebben ons enorm goed geholpen, zonder hen was zijn laatste wens niet meer mogelijk geweest. Het was zoals wij begrepen de eerste keer dat iemand tijdens de vervulling van de wens overleed. Ach, onze vader is altijd een aparte man geweest. Niets kon ‘gewoon’ gaan, hij moest altijd overal een speciale draai aan geven. Met vooral veel humor. We hebben om die reden gek genoeg ook ontzettend gelachen die lange nacht. ‘Simon, moest het nu persé in een vijfsterrenhotel op drie uur rijden van huis?’. Tot aan zijn dood is het een bijzonder mens geweest. Hij heeft in die stijl geleefd en is in die stijl gegaan. Daar hebben wij nu vrede mee. Het was alleen veel te vroeg. En het is veel te snel gegaan.
__________________________________

